Waarom de Raad van State uw EPB-boete niet lager kan maken

De Raad van State kan een EPB-boete niet verlagen, ook niet als het bedrag zwaar aanvoelt. De Raad toetst enkel of het VEKA de juiste procedure volgde, niet of de boete billijk is. Het VEKA moet bovendien beboeten zodra een overtreding correct is vastgesteld: het heeft geen appreciatiebevoegdheid, ook niet over de hoogte van het bedrag.

Gepubliceerd 1 september 2026.

Wat de Raad van State wél en niet beoordeelt

De Raad van State is de laatste stap in de beroepsketen tegen een EPB-boete, na de schriftelijke hoorzitting en het administratief beroep bij het VEKA. Volgens de officiële uitleg van het VEKA over het administratief beroep oordeelt de Raad "niet over de inhoud, maar alleen over de gevolgde procedures".

Dat betekent concreet:

  • De Raad kijkt na of het VEKA de juiste stappen zette: is er correct kennisgegeven, is de beslissing gemotiveerd, zijn de termijnen gerespecteerd.
  • De Raad kijkt niet na of het bedrag in verhouding staat tot de overtreding, of de omstandigheden van de bouwheer, of andere elementen die met de billijkheid van de boete te maken hebben.
  • Een vernietiging door de Raad van State is dus een vernietiging wegens een fout in de procedure, niet een herberekening van het bedrag.

Waarom het VEKA zelf al geen ruimte heeft om milder te zijn

Om te begrijpen waarom de Raad van State niets aan de hoogte van een boete kan doen, is het nodig eerst te weten hoe het VEKA zelf werkt. Het VEKA heeft een gebonden bevoegdheid: het moet een administratieve geldboete opleggen zodra een overtreding correct is vastgesteld. De wetgever heeft het VEKA daarbij geen appreciatiebevoegdheid gegeven, ook niet over de hoogte van de boete.

Dat betekent dat het VEKA zelf, op het moment dat het de boete oplegt, geen keuzevrijheid heeft om het bedrag te verlagen uit coulance, omwille van de persoonlijke situatie van de bouwheer, of omdat de overtreding "niet zo erg" was. Omdat het VEKA op dit punt geen beoordelingsruimte heeft, is er voor de Raad van State ook niets om op te toetsen.

Wat dit praktisch betekent voor wie naar de Raad van State overweegt te stappen

  1. Het bedrag zelf staat niet meer ter discussie.
  2. Enkel procedurefouten tellen. De vraag die de Raad beantwoordt, is of het VEKA de juiste stappen volgde, niet of de uitkomst redelijk is.
  3. De echte ruimte om het bedrag te laten behouden, aanpassen of kwijtschelden ligt vroeger in het traject, bij de schriftelijke hoorzitting. Zie de pagina over de schriftelijke hoorzitting.
  4. Technische argumenten over de inhoud van het dossier horen thuis bij de hoorzitting of het administratief beroep bij het VEKA, niet bij de Raad van State. Zie de pagina over het technisch tegenargument.
  5. De termijn is strikt. Na het administratief beroep bij het VEKA rest nog 60 dagen om naar de Raad van State te stappen. Wat er in de fasen daarvoor gebeurt, leest u op de pagina over de boetebeslissing.

Wat er bekend is over de uitkomst van dit soort beroepen

Volgens een officieel antwoord van de bevoegde minister aan het Vlaams Parlement zijn beroepsprocedures bij de Raad van State over EPB-boetes "doorheen de jaren eerder beperkt gebleven", en heeft de Raad "slechts in een heel beperkt aantal gevallen" tot vernietiging beslist. Dat cijfer zegt iets over het aantal zaken in het algemeen. Het zegt niets over de kans op succes in een individueel dossier, en deze pagina doet daar dan ook geen uitspraak over.

Er bestaat een officiële, door de minister bevestigde lijst van 31 arresten van de Raad van State over EPB-boetes, raadpleegbaar via de publieke databank van de Raad van State.

Over deze informatie. Laatst gecontroleerd: 1 september 2026.