Naar welke rechter met een EPB-boete? Niet de Raad voor Vergunningsbetwistingen
Wie een EPB-boete wil aanvechten, zoekt vaak op de verkeerde plaats: de Raad voor Vergunningsbetwistingen en het Handhavingscollege zijn niet bevoegd voor EPB-boetes. Na het administratief beroep bij het VEKA rest enkel de Raad van State. De gewone rechtbank komt pas in beeld bij verzet tegen een dwangbevel, of bij een verhaalsvordering tegen een architect of aannemer.
Gepubliceerd 1 september 2026.
Waarom deze verwarring bestaat
Vlaanderen heeft vier bestuursrechtscolleges, samengebracht onder de DBRC (Dienst van de Bestuursrechtscolleges): de Raad voor Vergunningsbetwistingen, het Handhavingscollege, de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, en de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen. Van die vier lijkt vooral het "Handhavingscollege" een logische plaats voor een EPB-boete: het gaat tenslotte over handhaving. Dat is echter niet zo.
Het Handhavingscollege en de Raad voor Vergunningsbetwistingen: niet bevoegd
Het Handhavingscollege behandelt beroepen tegen beslissingen waarbij een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd op grond van Titel XVI van het decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (DABM): milieuhandhaving. Het Energiedecreet, waarop EPB-boetes gebaseerd zijn, komt daar niet in voor.
De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelt over geschillen rond omgevingsvergunningen, zoals de vergunning voor een verbouwing of nieuwbouw zelf. Een EPB-boete is geen vergunningsbeslissing en valt dus evenmin onder deze raad.
De juiste route: van hoorzitting tot Raad van State
- Schriftelijke hoorzitting, het moment waarop het VEKA het boetebedrag nog kan behouden, aanpassen of kwijtschelden. Zie de pagina over de schriftelijke hoorzitting.
- Administratief beroep bij het VEKA, binnen 30 dagen na ontvangst van de beslissingsbrief, per aangetekende zending. Zie de pagina over de boetebeslissing.
- De Raad van State, binnen 60 dagen na uitputting van het beroep bij het VEKA. De Raad toetst daarbij enkel de gevolgde procedure, niet de inhoud of de hoogte van de boete. Dat wordt uitgelegd op de pagina waarom de Raad van State een boete niet kan verlagen.
Geen van deze drie stappen loopt via een DBRC-college.
Wanneer komt de gewone rechtbank wel in beeld?
Verzet tegen een dwangbevel. Betaalt u een opgelegde boete niet, dan kan het VEKA overgaan tot een dwangbevel, betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of per aangetekende zending. Tegen een dwangbevel kunt u verzet aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg, bij gerechtsdeurwaardersexploot, binnen een termijn van dertig dagen na de betekening. Dit gaat over de invordering, niet over de vraag of de boete zelf terecht is.
Verhaal op architect of aannemer. Denkt u dat de fout achter de boete bij een architect, aannemer of installateur ligt, dan loopt dat via een aparte burgerlijke procedure bij de gewone rechtbank, los van het EPB-dossier zelf. De volledige uitleg staat op de pagina EPB-boete verhalen op architect of aannemer.
Overzicht: wie is wel en niet bevoegd
| Instantie | Bevoegd voor EPB-boetes? |
|---|---|
| VEKA (administratief beroep) | Ja, enige beroep binnen de administratie |
| Raad van State | Ja, enkel wettigheidstoetsing, na het administratief beroep |
| Raad voor Vergunningsbetwistingen | Nee, bevoegd voor omgevingsvergunningen |
| Handhavingscollege | Nee, bevoegd voor milieuhandhaving (Titel XVI DABM) |
| Rechtbank van eerste aanleg | Enkel bij verzet tegen een dwangbevel, of een civiele verhaalsvordering |
Veeg opzij om de hele tabel te zien.
Over deze informatie. Laatst gecontroleerd: 1 september 2026.